Terug naar overzicht

Antoine Monod de Froideville (1976)

Het is lastig om het werk van de Froideville in een bepaald kader te plaatsen, ik heb hem gevraagd om zelf iets over zijn werk te vertellen.

 

Om bij het begin te beginnen; de hokjes zijn geïnspireerd op een gevonden bijenraat, de perfecte zeshoekjes die in een raster zijn geplaatst. Een klein wonder van de natuur, het bijtje kan nog niet rechts van links onderscheiden, maar de raat maakt hij tot in de perfectie.

Verder ben ik geïnspireerd dat alles bestaat bij de gratie van zijn tegenpool. Zoals bij de kleur zwart en wit. Als er geen zwart zou zijn zou wit ook niet veel voorstellen. God heeft alles zo ingedeeld zodat men er lering uit kan trekken : Haat/liefde, zwart/wit. Etc.

Dus de ronde lijnen die ik op die vlakjes in mijn werk teken zijn bedoeld om elkaar te accentueren, dus de een bestaat bij de gratie van de ander. Dus ik probeer tegenpolen die elkaar versterken te integreren in mijn werk.

De patronen die aan de ronde lijnen vast zitten zijn ook als tegenpool bedoeld, ze zijn afgeleide van Islamitische kunst. Zelf ben ik tien jaar lang moslim geweest. En de kunst uit die religie trekt ook een parallel tussen de natuur en de mens. In de natuur zie je ook veel herhaalde patronen zoals de jaargetijden, geboorte, groei en sterfte. Ofwel de jeugd, ouderdom en tot slot de dood.

Het wonder van God openbaart zich via de schepping.